Royal Huisman Shipyard

Wie verwacht met Royal Huisman Shipyard een nostalgisch familiebedrijf in Vollenhove aan te treffen, komt bedrogen uit. Moderne hallen en kantoren van de scheepswerf domineren het uitzicht op het pittoreske stadje. Hier, in glanzende aluminium gebouwen op een terrein van zo'n 30.000 vierkante meter worden beeldschone Huisman-zeiljachten, van dertig tot wel negentig meter, gebouwd voor klanten uit onder andere Duitsland, Zuid-Amerika en de Verenigde Staten. De prijzen lopen per meter op tot tientallen miljoenen euro’s.

“If you can dream it, we can build it". Stap in de wereld van het klatergoud. Van miljardairs en hun drijvende paleizen. Royal Huisman Shipyard in Vollenhove doet haar slogan eer aan: hier worden dromen waargemaakt. Dromen van majestueus geboetseerd aluminium, van hypermoderne hightech, gemaakt volgens ouderwets vakmanschap.

Royal Huisman Shipyard is mondiaal een toonaangevend bedrijf in haar branche. Samen met een aantal andere werven houdt RHS ons land wereldwijd op de derde plaats, achter Amerika en Italië, op de ranglijst van landen waar megajachten worden gebouwd. Aluminium zeilschepen van tussen de 30 en 90 meter vormen hun product.

Met ruim driehonderd medewerkers, allen specialist op een bepaald vakgebied waaronder bijvoorbeeld ook elektronica en meubelmaken, is RHS één van de grootste werkgevers van de omgeving. Zo’n honderd Vollenhovenaren werken er.

Inmiddels is er een einde gekomen aan de Huisman-dynastie van vijf generaties. Huisman is nu helemaal in handen van Koninklijke Doeksen, rederij en scheepswerf in Friesland die in 2014 al een meerderheidsbelang nam. De familie heeft ook het bedrijfsterrein verlaten. 

De werf kende zijn grootste groei dank zij Wolter Huisman (1931-2004), waarvan alle drie dochters en ook andere familieleden in het bedrijf werken. De gebouwen van het bedrijf bepalen inmiddels voor een belangrijk deel de skyline van Vollenhove. Een goed zicht op de werf krijgt men vanaf het ‘leugenbankje’ aan de haven, vlak bij het karakteristieke ophaalbruggetje bij de binnenhaven. Deze stenen bank is geschonken door Huisman aan de bevolking van Vollenhove en biedt plaats aan menig oud-visserman die er zijn sterke verhalen kwijt kan aan wie het maar horen wil.

In 2009 werd het 125-jarig bestaan groots gevierd met het gehele personeel. Ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan werd een luxueus uitgevoerd boek uitgebracht, met veel prachtige foto's. 

Het bedrijf is de wereldwijde financiële crisis goed doorgekomen. 'We hebben een beetje geluk gehad. In 2008 sleepten we drie nieuwe opdrachten binnen, dat is extreem in de jachtbouw. Normaal verkopen we een à twee schepen per jaar. Toen de kredietcrisis kwam, hadden we zes schepen in opdracht. Maar er weren ook twee annuleringen, dat gebeurt normaal zelden. Al met al bouwden we aan vier grote jachten en dus hadden we genoeg werk. Dit jaar kwam er ook weer een nieuwe opdracht bij', aldus PR-man Jurjen van 't Verlaat in een interview met de Technologiekrant (oktober 2010). Royal Huisman was daarmee een uitzondering. De kredietcrisis raakte de jachtbouw hard. Wereldwijd werd vrijwel geen schip meer verkocht, tegenover een gemiddelde van tachtig jachten per jaar voor de crisis. Jachten zijn een luxe product en daarom conjunctuurgevoelig. 'Niemand heeft uiteraard echt een nieuw jacht nodig', zei toenmalig directeur AIice Huisman in datzelfde interview. 'We hebben voor eerdere financiële crises gestaan in de jaren dertig, zeventig en net na het nieuwe millennium. We moeten ervoor zorgen dat we innovatief zijn, zodat we een goede toekomst houden.'

Innovatie

Met name de Ethereal springt qua innovatie in het oog. Het 58 m lange jacht werd gebouwd in opdracht van een Amerikaanse durfinvesteerder in duurzame techniek. 'Hij wilde een energiezuinig jacht', zegt Van 't Verlaat. Royal Huisman bouwde de Ethereal met twee hybride voortstuwers, elk bestaande uit een diesel- en elektromotor. De dieselmotoren leveren per stuk 533 kW; de elektrische 300 kW. 'Dat was niet eenvoudig, aldus Van ’t Verlaat, 'want onze hybride motoren zijn vele malen groter dan die van een auto.'
Binnenin het luxeschip zijn dikkere isolatielagen gebruikt en tussen het dubbele glas zit een extra luchtspouw van 10 mm voor de isolatie. Bij felle zon kan de eigenaar de ramen met behulp van een kleine stroomstoot donkerder maken, waardoor de ramen 10% zon doorlaten. De meeste verlichting bestaat uit energiezuinige leds. Normaal verbruikt een hut 40o W, de Ethereal blijft op 60 W steken. Voor het hele schip is het verschil ook groot. De Ethereal verbruikt met 4700 W aanzienlijk minder dan de gebruikelijke 8900 W op een vergelijkbaar schip. Het jacht hergebruikt het koelwater van de generatoren, dat normaal overboord gaat, op een slimme manier. 'Nu wordt het opnieuw gebruikt voor de verwarming en in de boilers. Daarnaast komt via de mast warme wind binnen. Dat wordt met behulp van een warmtewisselaar afgekoeld door de relatief koele afgezogen lucht uit het schip. Daarna gaat het naar de airco. De koelmachine hoeft hierdoor veel minder hard te werken en is kleiner uitgevoerd', zegt de scheepsbouwkundige. Bovendien komt de Ethereal op een opmerkelijke manier aan drinkwater. Het zoute zeewater wordt met een energiezuinige watermaker zoet gemaakt. 'Watermakers zijn gebruikelijk op luxejachten. Maar deze energiezuinige varianten worden alleen gebruikt in grote installaties op eilanden, waar geen zoet water voor handen is. Ze hergebruiken het op druk gebrachte water en verbruiken
4kW in plaats van de gebruikelijke 5 kW'. De innovaties leveren de Ethereal een van de drie nominaties op voor de prijs "Schip van het Jaar" van de Koninklijke Nederlandse Vereniging van Technici op Scheepvaartgebied.

Inmiddels zijn er weer prachtige projecten in uitvoering, voor een overzicht verwijs ik naar de inmiddels zeer uitgebreide meertalige website van de werf. De Technologiekrant: in alle hallen op de werf is het een drukte van belang. Houten interieurs worden geschuurd en gelakt, boordsystemen in elkaar gezet en in een grote loods leggen zo'n vijftien man de bekabeling van een 55 m lang schip aan. Met talloze aluminium spanten, schotten en langsverstijvers wordt het geraamte van een nieuw jacht van bijna 40 m lengte in elkaar gezet, dat door de vorm net het skelet van een grote walvis lijkt. 'Het is als LEGO. De onderdelen zijn zo gemaakt dat de lassers met behulp van 3D-tekeningen de romp snel in elkaar kunnen zetten. De bouw van een schip duurt zo ongeveer twee jaar; de voorbereiding, waaronder ontwerp, overleg en planning, kost een jaar', zegt scheepsbouwkundige ing. Jurjen van ’t Verlaat, jarenlang projectcoördinator Systemen op de techniekafdeling.

In augustus 2011 vertrok de 'Kamaxitha' op een ponton de werf. Daarbij werd bekend gemaakt dat de contracten zijn getekend voor de bouw van twee superjachten. Inclusief die twee zijn er nu vijf grote zeilschepen in portefeuille. Wat er onlangs bijkwam zijn een éénmaster van 48 meter en een 46 meter lange tweemaster. De laatste van deze vijf werd in het voorjaar van 2014 opgeleverd.

Door twee orders voor extreem grote schepen moesten in 2015 twee bedrijfshallen opnieuw vergroot worden. In november 2017 is men nog volop bezig met de bouw van een 81 meter lang aluminium zeljacht. De jachtwerf bouwt af en toe ook motorjachten, maar het zeilen zit in het DNA van het bedrijf. Royal Huisman is ‘Business Partner’ van Team Brunel tijdens de Volvo Ocean Race. Deze zeilwedstrijd rond de wereld leeft enorm onder de medewerkers en Team Brunel wordt op de voet gevolgd. ‘We hebben het schip niet gebouwd, maar ondersteunen het team wel. Medewerkers van Royal Huisman bieden technische support aan de bemanning. Zo was een collega onlangs nog betrokken bij de reparatie van het roer. In onze kantine zijn ten tijde van de race beelden te zien van de stand van zaken. De wedstrijd inspireert ons allemaal enorm.’

Geschiedenis

Al vanaf circa 1830 had Jan Peters Huisman naast zijn veehouderij in Blauwe Hand een werfje voor de bouw van houten punters voor het vervoer van melkbussen, hooi en vee. Het familiebedrijf ging over van vader op zoon en verhuisde naar Ronduite, een gehuchtje tussen St. Jansklooster en Wanneperveen, daar waar de Arembergergracht de weg doorsnijdt.
In 1884 schreef de scheepstimmerman Jan Jans Huisman zich in bij de Kamer van Koophandel in Meppel. Zijn zoon Wolter nam het over.
In 1928 werd door diens beide zoons, inmiddels de ondernemers, al begonnen met jachtbouw, een absoluut novum in die tijd.
Wolter Huisman, de vader van de huidige directeur Alice Huisman, ging in 1944 op 13-jarige leeftijd bij diens vader in het bedrijf werken. Er werkten toen 18 man.

In die tijd heeft Wolter Huisman nog net de bouw van de laatste Beulakermeerkruisers meegemaakt. Zijn er in de jaren ’30 nog zo’n 60 van deze rondspanten naar de hand van huisontwerper Tingen gebouwd, na de oorlog zijn dat er maar een handvol geweest. In de jaren '30 en '40 zijn er veel houten zeiljachten gebouwd, waaronder circa 70 Beulakermeerkruisers. Verder baseerde men zich hier op vissersschepen zoals de Staverse Jol en de Vollenhovense Bol.
Van het type Jan Steen, waarbij de voor de Beulakermeerkruiser zo kenmerkende schutboorden niet meer de kajuitlijn verlengde, zijn er in 1946 drie gebouwd.
Opmerkelijk aan de Beulakermeerkruisers is de grote variatie in lengte. In het bestand van de Club van Sneekermeers, een vereniging van eigenaren van dit type dat door verschillende werven is gebouwd, komen 29 Huismanschepen voor in allerlei lengtes tussen de 6,2 en de 8,2 meter. Van twee of drie lengtes bestonden er tekeningen en mallen, de rest werd hierop aangepast. Niet de werf maar de klant bepaalde de maten van een nieuw schip. Bouwde een andere werf zijn Sneekermeers soms ook op voorraad, Huisman bouwde uitsluitend op bestelling. De lengte en de houtsoort bepaalde vervolgens de prijs. De eerste Beulakers zijn in de winter van 1931-1932 gebouwd voor zo’n 500 gulden. De laatste kostte in 1946 het zesvoudige.
Een aardige anekdote over de prijs-lengteverhouding wist Wolter Huisman zich nog te herinneren bij een interview in 2002 voor het blad van de Club van Sneekermeers. Een dame kwam eind jaren dertig met haar spaarkous naar zijn vader, keerde deze om en vroeg om een Beulaker met Pentamotortje. De laatste kostte toen tweehonderd gulden en daarover viel niet te onderhandelen. Het zeiloppervlak mocht in verband met de toen geldende belastingnorm niet boven de 16 m2 komen. Aangezien er niet meer dan 650 gulden in de kous zat, kwamen ze dus uit op een eiken romp van 6,2 meter.
In 1959 nam Wolter Huisman het bedrijf van zijn vader over.

Veel van de houten boten van toen zijn nog steeds in de vaart. Een kleine maar vastberaden groep mensen heeft in 1994 de handen ineen geslagen en de Vereniging Eigenaren Houten Huismanboten (VEHH) opgericht. Aanleiding was een bijeenkomst ter gelegenheid van de 60-ste verjaardag van één van die schepen, waarbij Wolter Huisman als ‘admiraal’ de vlootschouw afnam.

Na nog enkele jaren aan staalbouw te hebben gedaan, ging de werf in 1964 met veel succes over op de bouw van schepen van aluminium. Dit kwam mede door de aansprekende resultaten van het wedstrijdschip "Running Tide" dat werd gebouwd voor de Amerikaanse scheepsmagnaat Isbrandtsen.
In 1971 verhuisde het bedrijf naar Vollenhove. Het transport over de weg van de steeds groter wordende jachten vanuit Ronduite maakte de verhuizing noodzakelijk.

Internationale faam verwierf de werf, die bij het honderdjarig bestaan in 1984 het predikaat 'koninklijk' kreeg, met haar aluminium wedstrijdzeilboten in de jaren zeventig en tachtig. Conny van Rietschoten won twee keer de Whitbread Round the World Race met Huismans Flyer en Flyer II. De internationale doorbraak kwam met zeiljachten voor Herbert von Karajan en Baron de Rothschild.Herbert von Karajan liet hier zijn Helisara bouwen en Baron Edmond de Rothschild won de Admirals Cup met zijn Gitana VI.
Begin jaren tachtig, toen de markt inzakte, schakelde Huisman over van wedstrijd- naar snelle toerschepen, een overstap waar hij nooit spijt van heeft gehad: 'Ik vond de wedstrijdmarkt toen al niet meer zo leuk.'

De Anakena, een kits van ruim veertig meter, werd in 1996 opgeleverd. Er moest in ploegendiensten koortsachtig aan worden doorgewerkt om het op tijd af te hebben. Ondertussen was men ook begonnen met de bouw van een zusterschip. Een deel daarvan kwam overeen, maar niet alles. De werf was toen erg blij met die opdracht, omdat de tekenkamer de laatste jaren altijd achter liep in plaats van voor op de productie. De werkplaats zat telkens te trekken aan de tekeningen. Hiermee kon een deel van de oude tekeningen worden hergebruikt. De tijden zijn veranderd: vroeger kon je nog een boot bouwen, dan ging je erin zitten en bedacht je de inrichting. Dat is voorbij. Ieder detail wordt nu vooraf getekend.

Na talloze schitterende droompaleizen was er dan het sciencefictionjacht Hyperion (47,5 meter lang, 9,5 meter breed en een carbon fiber mast van bijna 60 meter) van de Amerikaanse Internettycoon Jim Clark.
Aan het bijna volledig door computers gestuurde droompaleis hing een prijskaartje van 23 miljoen euro. Het was in 1998 het grootste jacht, ooit door een Nederlandse scheepsbouwer gemaakt. En verdraaid nog aan toe, Wolter Huisman was voor het eerst nerveus geweest bij de bouw. 'We staan iedere keer voor nieuwe verrassingen. Ieder schip is weer anders, voegt een nieuwe dimensie toe aan je bedrijf. Maar de Hyperion sloeg alles in één keer". De klant wilde zeilen in cyberspace. En de klant zeilt in cyberspace.
Dat het niet zomeer een schip was, blijkt ook wel uit het boek dat er over werd geschreven. De aanleiding lag namelijk in de toenmalige ‘goudkoorts’ rond internet, waar de eigenaar een belangrijke rol in speelde:: The New New Thing. A Silicon Valley Story.” The Boat That Built Netscape” door Michael Lewis, uitgeverij W.W. Norton & Cie, 268 blz. De Nederlandse vertaling: 't Nieuwste van het Nieuwste, uitgeverij Balans. Zie ook: http://extras.denverpost.com/books/chnew1031.htm

In 1998 is het bekende stalen jacht "Endeavour" , een J-klasse uit 1934 waarmee de America's Cup werd gezeild, geheel gerestaureerd op de werf. Nieuwe klanten krijgt de werf vooral via tevreden bootbezitters en, heel belangrijk, via tevreden bemanning. Er wordt dus veel tijd en geld aan de nazorg besteed. Perfectie is het streven, maar een schip zonder fouten bestaat niet. Juist omdat je nieuw bouwt, kom je ook steeds nieuwe problemen tegen. Als een potentiële klant komt praten, vertelt men over die fouten. Op basis van die ervaringen heeft men bijvoorbeeld de opdracht voor de bouw van de Allegra gekregen.

Latere schepen waren de Athos, Unfurled, Borkumriff III en IV, en de Athena – het grootste schip tot dus ver met een lengte van 90 meter, weer voor Jim Clark - eind 2004.
Het zijn allemaal megaschepen met een enorme hoeveelheid elektronica en besturingen aan boord.
De nieuwste schepen, afgeleverd in 2007, zijn de Meteor en de Red Sula. De Ethereal is in aanbouw, evenals de Endeavour II. In oktober 2007 start men met de Twizzle, een zogenaamde flybridge sketch met de stuurpositie boven de opbouw, dus meer zicht, meer ruimte op het achterschip zoals bij een motorjacht. Een nieuw type voor deze werf! Verder staat de Gitana op de rol.

Prijzen worden er regelmatig gewonnen, zoals in 2007 met de Arcadia, een motorjacht, op de World Superyacht Awards gala in Venetië van het blad Boat International. Een andere boot, de Gliss was daar ook genomineerd maar viel buiten de prijzen.
Een nieuw concept is een zogenaamde flybridge van 57,5 m lang, waarmee de strategie voor het aanboren van een nieuwe, lucratieve markt wordt vormgegeven.
Die markt werd en wordt veroverd door aanwezigheid op diverse shows zoals de Düsseldorf Boatshow, de Monaco Yachtshow, in Fort Lauderdale en Moskou. Daarnaast is aanwezigheid op het zeilevenement St. Barth’s Bucket (april) een must. Bij dit evenement in het voorjaar van 2007 waren van de 30 deelnemers er 4 van RHS afkomstig: Hyperion, Juliet, Metolius en Gliss. Belangrijk is ook de Superyacht Cup op Palma de Mallorca.

De innovatieve grondhouding is een van de belangrijkste peilers van het bedrijf. Alleen op die manier kun je trendsetter zijn. Zo richtten de ogen van de wereld zich op de werf toen de Juliet van stapel liep; een lijvig boekwerk getuigt van de ontstaansgeschiedenis van deze American Dream. Het kraaienest is het beroemdste wellicht. Dat moest op de voorste mast op en neer kunnen bewegen en van daaruit wilde de eigenaar de boot kunnen besturen. Het werd gemaakt bij dochterbedrijf Rondal, producent van carbonfiber masten, ‘high modulus’-vezel, gieken, boomvangs, achterstag cilinders, kraaienesten, lichtgewicht verstaging, composiet opbouw, carboncomposiet luiken, schuifdeuren, en onderdekse lieren. Rondal heeft in 2007 een bijzonder project opgeleverd: een carboncomposiet toog van 10 x 9 x 3,5 meter, voor een collega-werf.

Dwars tegen de stroom van de mondiale economische recessie in groeide afgelopen zomer de orderportefeuille van Huisman met nog eens drie droomschepen naar zeven nieuwbouwprojecten tot 2014, alle droomschepen' tussen 37 en 86 meter. Grootste blikvanger op de werklijst van Huisman is een 86 meter lange, klassieke driemaster met klassieke, dwarsgetuigde zeilvoering waarbij architect Dijkstra zich liet inspireren door de windjammers die rond 1900 in bezit waren van de destijds rijksten der aarde.

Infrastructuur

In

1982 sloot de fabriek van Hazemeijer in Vollenhove. Het complex werd in 1983 in gebruik genomen voor een nieuwe activiteit van Huisman, onder de naam Marquip. Korte tijd later werd de naam van dit dochterbedrijf van RHS (‘royal’ kwam er op 10-9-1984 bij) veranderd in Rondal. In 2003 werd dit bedrijf verplaatst naar de locatie van de werf zelf. De benodigde ruimte, zo’n 7000 vierkante meter inpandig, was verkregen door verplaatsing van het zwembad van Vollenhove enkele honderden meters naar het oosten. Dit niet tot groot genoegen van de meeste Vollenhovenaren, die weliswaar een modern overdekt zwembad terugkregen – met een financiële bijdrage van de werf – maar hun uitzicht verstoord zagen en er een veel kleiner buitenbad voor terugkregen. Omdat de financiële lasten veel hoger waren luidde het mogelijk zelfs op termijn het einde in: de nieuwe gemeente Steenwijkerland voelt inmiddels niets meer voor exploitatie in eigenbeheer. En de zwemlustige bevolking is geconfronteerd met veel duurdere toegang!

Andere infrastructurele aanpassingen, die het mogelijk maakten dat de steeds groter wordende schepen toch in Vollenhove konden blijven worden gebouwd, waren het verhogen van de hoogspanningsmasten aan beide zijden van het Vollenhover Kanaal, zodat de leiding vanaf het transformatorstation aan De Voorst richting de polder hoger boven het water kwam te hangen.

Verder werd naast de doorgang onder de polderbrug een bredere doorgang gemaakt, met een verwijderbaar brugdeel. Telkens wanneer een nieuw schip de werf verlaat, meestal op een ponton, wordt met een grote kraan dit brugdeel weggetakeld zodat het hoge drijvende gevaarte er langs kan richting Kadoelen. Het levert telkens een schouwspel op dat door honderden mensen wordt bekeken, niet in het minst door de tijdelijk gestrande automobilisten.

De werf zelf bestaat uit diverse gebouwen, waaronder de Scheepsbouwhal 1 en 2. De eerste is medio 2007 verbouwd, met onderheiing en  nieuwe vloer, zodat er ook net zulke zware objecten als in 2 kunnen worden geplaatst. Alle leidingen komen onder de vloer tot een ‘eiland’ in het midden waar ze omhoog naar een nieuwe scheepsromp kunnen worden gevoerd. Verder is er de schildershal en de refithal. Er zal nog zo’n 2000 m2 nieuwe kantoorruimte bijkomen.

Einde van een tijdperk

De man die de werf groot maakte in een tijd van dertig jaar is niet meer. Wolter Huisman overleed thuis op vrijdag 24 december 2004 na een korte ernstige ziekte. Hij werd onder grote belangstelling begraven op donderdag 30 december op de Algemene Begraafplaats in Vollenhove. Het grafmonument is afgeleid van het logo van de werf en bestaat uit een glasplaat die op enige afstand van een aluminium bodem rust. Het lijkt er op dat dit monument op de eigen werf is gemaakt.
Wolter Huisman, geboren op 19-9-1931 werd 73 jaar. Op 1 februari 2004 had hij de directie al uit handen gegeven aan zijn dochter Alice en zijn schoonzoon Eric van Hulst. Helaas heeft hij maar kort van zijn pensioen mogen genieten.
Zijn naam leeft voort, onder andere via de Urker roeisloep ‘Wolter Huisman’, die op op 25-5-7 in de haven van Urk werd gedoopt door kleinzoon Joël Dikken, zoon van dochter Mirjam. Het is een ultralichte roeiboot, een soort Formule 1 in zijn klasse. Het type is Orca genoemd, ontwerpers zijn Gerrit de Wit en Pieter Beeldsnijder.

Alice Huisman nieuw boegbeeld

Dat directrice Alice Huisman inmiddels bij zowel klanten als collega-megajachtbouwers is geaccepteerd als nieuw boegbeeld van Royal Huisman Shipyard bleek in oktober 2008, toen zij tijdens het jaarlijkse International Superyacht Society awards gala de Society's Leadership Award ontving, vergezeld van een staande ovatie voor de eerste vrouw die die prestigieuze prijs kreeg. De Superyacht Society kent de prijs toe aan een persoon (en soms een bedrijf) die de megajachten-gemeenschap helpt groeien door onderscheidend werk en toewijding aan de sector in het algemeen.

In het voorjaar van 2009 verscheen een interview met haar in Dichterbij, het regionale ledenblad van de Rabobank. Daarin verklaarde zij haar filosofie, mede versterkt door een klantenonderzoek.

'Custom built' is jullie kracht', kregen we te horen. 'Blijf dat vooral doen'. Dat doen we dus." Alice wees er in het interview op dat Royal Huisman samenwerkt met gespecialiseerde bedrijven die ieder op hun eigen terrein binnen de jachtbouw van wereldformaat zijn. "Daardoor kunnen we onze werkwijze afstemmen op de nieuwste ontwikkelingen en expertise van toeleveranciers", vertelde ze. "Zo werken we voor het ontwerpen van romp en interieur en zeiltechnische aspecten bijvoorbeeld samen met gerenommeerde architecten. Ook het snijden van aluminium doen we zelf niet meer. Dat hebben we uitbesteed. We stonden voor een flinke investering in een nieuwe snijmachine en hebben toen kritisch gekeken naar de mogelijkheden om dat door een ander te laten doen. Vroeger deden we bijna alles in eigen beheer. Nu kijken we of het voor sommige zaken niet beter is om het door een gespecialiseerde toeleverancier te laten doen. Dat mag niet ten koste gaan van de kwaliteit. Die blijven we bewaken. We houden steeds volledige controle over onze projecten. Dat betekent dat we hoge eisen stellen aan onze medewerkers. Zij moeten een hoog kennisniveau hebben en continu alert zijn op technologische en innovatieve ontwikkelingen. We besteden daar in de opleiding veel aandacht aan. Onze medewerkers worden intern en extern, bijvoorbeeld bij kennisinstituten als de Technische Universiteit in Delft en TNO, regelmatig bijgeschoold." 

www.henkvanheerde.nl/vollenhove